Het is het verhaal van een tweeling van 9 jaar oud. Ik ben ze op een avond rond 19u op straat tegengekomen, terwijl ze aan het bedelen waren, helemaal vies.

Je veux appartenir à une famille

Terwijl enkele voorbijgangers geraakt waren door hun ellende, waren er ook velen die hen bespotten en beledigden en hen beschuldigden heksen te zijn. Ik ging in gesprek met deze mensen om uit te leggen dat deze kinderen niet behekst waren, maar net hulp behoefden. Ik nam de tijd om naar de tweeling te luisteren. Zij spraken over de grote miserie waarin ze leefden en gaven me het adres van hun gezin, in één van de armste wijken van Kinshasa. Ik beloofde hen het ouderlijk huis te gaan bezoeken en gaf hen wat voedsel. Enkele dagen later bezocht ik het gezin; de tweeling was thuis. De kinderen herkenden me en waren zeer blij met mijn bezoek.

De ouders leven in een klein golfplaten huisje, één leefruimte groot, met hun 8 kinderen, waarvan één nog een baby. De moeder droeg haar baby van tien maanden en de vader was ziek. Niet wetende wat eerst te doen tegenover zulk een ellende, belde ik een collega op om te bespreken wat we konden doen.

We besloten om eerst de vader voor verzorging naar een nabijgelegen medisch centrum te verwijzen. We bespraken nadien met de moeder de toekenning van een microkrediet om haar in de mogelijkheid te stellen haar kleine onderneming herop te starten. We regelden ook dat de tweeling, die nog nooit naar school waren geweest, naar school konden gaan.

Getuigenis van opvoeder Jean-Didier