Daniel N. is een 10-jarige jongen, geboren in wat nu de provincie Kasai is, in Tshikapa. Hij is de oudste van twee kinderen, de zoon van T. P. en K.A. Op 23 februari verwelkomden we Daniel in het Ndako Ya Biso centrum: hij werd vergezeld door een politieagent die hem op straat had gevonden en hem als een verloren kind beschouwde. Maar de politieman kon niet goed praten met het kind dat nauwelijks Lingala verstond en Tshiluba sprak.

Toen hij in het centrum aankwam, heb ik contact met hem gezocht om naar zijn verhaal te luisteren in de taal waarin hij zich op zijn gemak voelde. Daniël vertelde me dat hij ontvoerd was in Tshikapa (800 km van Kinshasa!) door twee “heren” die hem beloofden hem naar een goede school in Kinshasa te sturen, maar hem in werkelijkheid ontvoerden om hem in te wijden in het stelen van handtassen en geld. Hij moest een inwijding ondergaan om te leren niet toe te geven aan angst. Maar onschuldig als hij was, begreep hij absoluut niets van stelen.

Bij twee gelegenheden ging het niet zoals zijn ontvoerders wensten. Ze sloten Daniël op in een huis en sloegen hem in elkaar; toen zij zagen dat hij bloedde, trokken zij zijn kleren uit en kleedden hem in andere kleren. Uiteindelijk gaven ze hem mee met de vrouw van een van de ontvoerders om eten te kopen. Maar ze lieten hem in Kinshasa op straat achter, ergens waar hij niemand kende. Op straat had Daniël maar één doel: de richting naar Tshikapa te weten komen om naar zijn familie terug te keren. Aangezien Daniel het adres van zijn familie in Tshikapa kende, namen we contact op met zijn gezin, die al meer dan een maand naar het kind op zoek was.

Het team besloot dat ik hem moest vergezellen naar Tshikapa op een reis die vergelijkbaar was met die van Abraham, die naar een onbekend land ging.

Wij vertrokken uit Kinshasa op woensdag 14 maart om 18 uur en kwamen met de bus aan in Tshikapa op vrijdag 16 maart om 15 uur. Het kind wees me de weg naar een parochie dicht bij zijn huis, waar de priester ons verwelkomde. Onmiddellijk gingen we op zoek naar de vader die ons zeer goed ontving. De moeder is gescheiden van haar vader, die alleen achterblijft met twee kinderen, Daniel en zijn kleine broertje van 4 jaar oud. De vader is een arme jonge kruier, zonder middelen. Maar een oom, een pastoor, was bereid het kind op te nemen voor een betere opvolging en de pastoor van Saint-Antoine, die mij had ontvangen, beloofde de schoolopleiding van het kind op zich te nemen. Alles verliep goed, ondanks de moeilijke en lange reis; het gebed van de broeders vergezelde ons, want telkens als ik belde kreeg ik de bemoediging van het team.

Tegelijkertijd kon ik de familie ontmoeten van een ander ontvoerd kind, van dezelfde leeftijd als het eerste: P.M., die ook ontvoerd was. Hij was iets eerder naar ons centrum gekomen dan Daniel, we hadden zijn referenties genoteerd; maar helaas, een paar dagen voor zijn vertrek naar Tshikapa was hij verdwenen, en we weten niet of het de smokkelaars waren die hem terugbrachten. Zijn familie was zeer bedroefd dat wij hem niet konden vinden om hem naar hen terug te brengen, maar wij zijn nog steeds naar hem op zoek.

Ik vertrok op maandag 19 maart uit Tshikapa en kwam op woensdag 21 maart rond 7 uur ’s ochtends aan in Kinshasa. We hebben meer dan 1600 km gereisd om een ontvoerd kind terug naar huis te brengen. Ik had de ervaring om op de Heer te vertrouwen in deze moeilijke tijden, terwijl ik met dit kind in een onbekende omgeving ging. Ik wist dat deze streek, die had geleden onder het conflict van de Kasai oorlog, met barricades van militairen en politie, moeilijk zou zijn, maar tegelijkertijd had ik een vrede om snel met het kind te gaan; het is het werk van de Heilige Geest die ons ertoe aanzet dingen te doen die ons te boven gaan.

Met mijn zendingsbevel van de organisatie, werd ik goed aangemoedigd door enkele soldaten, die mij zegenden of zeiden: “God zegene je”. Dit stelde me gerust. Ik begreep dat als je je inzet voor de armsten of de kleinsten, de Heer zich over je ontfermt.

Jean Didier KPANYA, medewerker Ndako Ya Biso.